Een artikel in de Wall Street Journal (zie https://lnkd.in/eZMtJwnG) legt een paradox bloot: AI verhoogt onze productiviteit, winst, onze efficiëntie — maar niet per se ons welzijn. Terwijl bedrijven recordinvesteringen doen in AI (zie o.a. https://lnkd.in/ecAKuNXs), blijft het gevoel van voldoening achter.
Uit het artikel blijkt onder andere:
✳️ Efficiëntie ≠ Betekenis. AI neemt routinetaken over, maar laat mensen vaak achter met nóg meer taken, nóg hogere verwachtingen en nóg minder tijd voor het écht belangrijke werk. (zie ook https://lnkd.in/eGxxV7NE)
✳️ Creatieve vervlakking. Door toenemend gebruik van generatieve AI wordt werk sneller, maar soms ook vlakker en minder inspirerend. Het risico is dat organisaties “goed genoeg”-output normaliseren in plaats van authentieke creativiteit te belonen.
✳️ Menselijke maat onder druk. AI kan leiden tot afstand: tussen medewerkers, en tussen organisatie en klant/burger. Efficiëntie is geen vervanging voor empathie. (zie ook https://lnkd.in/evYtMp9J)
Voor publieke én private organisaties geldt hetzelfde: AI levert pas waarde als het intermenselijke contact wordt versterkt. We zijn immers allemaal sociale wezens.
Dat vraagt om:
➡️ Bewuste keuzes over waar AI wél en níet voor wordt ingezet
➡️ Ruimte voor menselijke creativiteit
➡️ Investeren in digitale geletterdheid
➡️ Het bewaken van de balans tussen productiviteit en werkplezier
AI invoeren zonder een heel goed HR-beleid is geen optie!